Het belang van aminozuren op het gebied van de vetverbranding
Aminozuren, vitaminen, mineralen en sporenelementen spelen een grote rol bij het afslanken.
Of we voortdurend vet opnemen of juist slank blijven wordt vooral door onze hormonen bepaald. Hier ligt de sleutel tot het afvallen: door een gerichte toevoer van aminozuren wordt het lichaam gestimuleerd om voldoende slankmakende hormonen te produceren. En dat op een geheel natuurlijke wijze en in harmonie met de lichamelijke behoeften.
Een belangrijk slank makend hormoon is het groeihormoon Somatotropine (HGH)
Dit hormoon wordt geproduceerd tijdens het slapen. Het vergroot de eiwitsynthese en stimuleert de afbraak van vet (lipolyse). Overgewichtige personen hebben vaak een verlaagde HGH-concentratie, wat een gewichtsafname vaak bemoeilijkt1. Somatotropine is helaas duur (ca. 500 tot 800 Euro per maand) en de toediening (per injectie) moet door een arts worden gedaan. Het is daarom ongevaarlijker en eenvoudiger om de natuurlijke, lichaamseigen, productie van dit hormoon te stimuleren. Bepaalde aminozuren hebben getoond dat zij dat kunnen bereiken als ze ’s nachts en op nuchtere maag in voldoende hoeveelheden worden ingenomen2.
De aminozuren met deze vaardigheid zijn:
Voor de synthese van het groeihormoon zijn bovendien vitamine B6, vitamine B12 en zink noodzakelijk.
Onderzoek heeft aangetoond dat een gebrek aan carnitine een oorzaak van zwaarlijvigheid kan zijn
In dat geval is een carnitine-substituut (door suppletie) zeker zinvol. Carnitine is een zogeheten biocarrier. Het wordt gesynthetiseerd uit de essentiële aminozuren lysine en methionine. Dit gebeurt voornamelijk in de lever en in de nieren. Carnitine is verantwoordelijk voor het transport van vetzuren van het cytoplasma naar de mitochondriën, de energieproducenten voor de cellen. Langketenige vetzuren kunnen dit membraan alleen passeren door een verbinding (ester) met carnitine aan te gaan, terwijl middellange en kortketenige vetzuren ook zonder carrier in de mitochondriën kunnen doordringen6.
Carnitine als vetverbrander
Carnitine versnelt de werking van vetzuren en gooit ze in de spreekwoordelijke oven van de stofwisseling7. Het gevolg: het lichaam breekt vet af (in plaats van het op te slaan). Door deze werking wordt de stof vaak gebruikt bij het afslanken. Daarbij wordt het dan ook vaak als »fatburner« (ofwel vetverbander) betiteld.
De vorming van carnitine vindt in vijf synthesestappen plaats, onder invloed van de essentiële co-enzymen vitamine B6, vitamine B12, niacine en foliumzuur. Een gebrek aan ook maar één van deze stoffen kan leiden tot een beperkte biosynthese.
Aan de Universiteit van Leipzig heeft een onderzoek plaatsgevonden waarbij de invloed van carnitine op de vetverbranding van de mens werd gemeten. De uitkomsten van deze studie zijn inmiddels door de Universiteit van Rostock bevestigd:
Het is eenduidig aangetoond dat carnitine de vetverbranding in bepaalde lichaamscellen kan verhogen
Bovendien wijzen twee onderzoeken van wetenschappers uit Geneve en de V.S. uit, dat de toediening van carnitine ook de mobilisatie van vetzuren uit de adipocyten (vetcellen) vergroot en de verbranding van vetzuren in de adipocyten verhoogd8. Er bestaan verder uitgebreide gegevens uit verschillende proeven die allemaal eenduidig bewijzen dat een carnitinesupplement tijdens een caloriearm dieet tot een significante afname van het lichaamsvetgehalte leidt (tegenover een placebo medicijn), waarbij tegelijkertijd de vetvrije spiermassa toeneemt9.
Het instituut voor sportgeneeskunde van de Universiteit Leipzig schrijft: „voorwaarde voor een groot effect van de carnitine is een verhoogde aanwezigheid van vetzuren. Dit kan alleen door het vergroten van het aantal sportactiviteiten of de toevoer van cafeïne worden bereikt”10.
Glutamine gaat de vetopslag tegen
Glutamine kan in de nieren in glucose worden veranderd, zonder de glucagon- en insulinewaarden daarbij te beïnvloeden. Daarmee draagt het aan een energiewinning bij, terwijl de door insuline opgebouwde vetopslag wordt vermeden11. Het gaat de vetopslag tegen en helpt daarmee het lichaamsgewicht te reguleren. Een studie toont aan, dat de toediening van glutamine bij een zeer vette voeding een vetreductie veroorzaakt. Bovendien kan glutamine de behoefte naar suiker en alcohol helpen verminderen12.
Naast deze aminozuren is het complete vitamine B complex van groot belang. Zo is bijvoorbeeld vitamine B6 nodig om proteïnen te produceren. Zonder deze vitamine wordt de werking van de aminozuren glutamine, glycine, arginine en carnitine verstoord.
Zink is een enzymenproducent voor de bouw van veel verschillende hormonen zoals het groeihormoon, schildklierhormoon, geslachtshormoon etc. Een zinkgebrek kan leiden tot hypoglykemie (een verlaging van de bloedglucosespiegel), met een verhoogde insuline-uitstoot en kans op extra vetaanzetting als gevolg. Bovendien werkt zink regulerend op het hongercentrum in de hersenen
Bronnen
1 Rudman, D., Feller, A.G., Cohn, L., Shetty, K.R., Rudman, I.W. & Draper, M.W. (1991) Effects of human growth hormone on body composition Hormone research, Volume 36 supplement 1, (pp. 73-81)
2 Williams, J.Z., Abumrad, N. & Barbul, A. (2002) Effect of a Specialized Amino Acid Mixture on Human Collagen Deposition Annals of Surgery, Volume 236, issue 3, (pp. 369 – 375)
3 Merimee, T.J., Lillicrap, D.A. & Rabinowitz, D. (1965) Effect of arginine on serum-levels of human growth-hormone Lancet, Volume 2, issue 7414, (pp. 668-670)
4 Welbourne, T.C. (1995) Increased plasma bicarbonate and growth hormone after an oral glutamine load The American Journal Of Clinical Nutrition, Volume 61, issue 5, (pp. 1058-1061)
5 Kasai, K., Kobayashi, M. & Shimoda, S.I. (1978) Stimulatory effect of glycine on human growth hormone secretion Metabolism, Clinical and Experimental, Volume 27, issue 2, (pp. 201-208)
6 Evangeliou, A. & Vlassopoulos, D. (2003) Carnitine Metabolism and Deficit – When Supplementation is Necessary? Current Pharmaceutical Biotechnology (pp. 211-219)
7 Müller, D.M., Seim, H., Kiess, W., Löster, H. & Richter, T. (2002) Effects of Oral l-Carnitine Supplementation on In Vivo Long-Chain Fatty Acid Oxidation in Healthy Adults Metabolism, Vol. 51, issue 11, (pp. 1389-1391)
8 Wutzke, K.D. & Lorenz, H. (2004) The Effect of l-Carnitine on Fat Oxidation, Protein Turnover, and Body Composition in Slightly Overweight Subjects Metabolism, Vol. 53, issue 8, (pp. 1002-1006)
9 Reda, E., D'Iddio, S., Nicolai, R., Benatti, P. & Calvani, M. (2003) The Carnitine System and Body Composition Acta Diabetol, issue 40, (pp. 106-113)
10 Luppa, D. (2004) Beteiligung von L-Carnitin an der Regulation des Fett- und Kohlenhydratstoffwechsels Klinische Sportmedizin /Clinical Sports Medicine, Volume 5, issue 1, (pp. 25-34)
11 Prada, P.O., Hirabara, S.M., de Souza, C.T., Schenka, A.A., Zecchin,H.G., Vassallo, J., Velloso, L.A., Carneiro, E., Carvalheira, J.B., Curi, R. & Saad, M.J. (2007) L-glutamine supplementation induces insulin resistance in adipose tissue and improves insulin signalling in liver and muscle with diet-induced obesity Diabetologia, Volume 50, issue 9, (pp. 149-159)
12 Bowtell, J.L., Gelly, K., Jackman, M.L., Patel, A., Simeoni, M. & Rennie, M.J. (1999) Effect of oral glutamine on whole body carbohydrate storage during recovery from exhaustive exercise Journal Of Applied Physiology, Volume 86, issue 6, (pp. 1770-1777)