aminozuur.com — uw kennisportal op internet

Het belang van aminozuren op het gebied van diabetes

Arginine kan de insulineresistentie verminderen

Insuline is een belangrijk molecuul: we kunnen niet zonder. Hoe ouder we worden, hoe moeilijker het wordt om insuline effectief in te zetten. Dit probleem staat bekend als insulineresistentie. Gelukkig kan dit dankzij de huidige kennis en wetenschap worden beïnvloed. Arginine kan de insulineresistentie verminderen, wat ertoe leidt dat de gevoeligheid voor insuline wordt verhoogd1. Bij insulineresistentie blijft de insuline buiten de cellen, doordat het door bepaalde receptoren niet wordt herkend. En zo kan het dat glucose - energieleverancier voor onze cellen - niet wordt verbrand. Hoe vaker dit gebeurt, hoe sterker de cellen uiteindelijk in hun functioneren worden gehinderd. In het ergste geval sterven ze zelfs af. Het gevolg van insulineresistentie is dan „ouderdomsdiabetes”: diabetes mellitus, type 2.

Diabetes mellitus type 2 is een chronische stofwisselingsziekte, ook wel insuline-onafhankelijke diabetes genoemd. In tegenstelling tot diabetes mellitus type 1, is de oorzaak van het probleem niet het gebrek aan insuline. Vaak is zelfs het tegendeel daarvan het geval: het lichaam maakt wel zelf insuline aan, maar is er niet gevoelig genoeg voor, zodat het zijn werk niet kan doen. Het resultaat is dat er te weinig glucose in de cellen wordt aangemaakt. Daarbij is er dan teveel glucose in het bloed, wat al snel grote schade kan aanrichten. De vetstofwisseling en bloeddruk zijn dan ook vaak ontregeld. Net als veel andere sterk werkzame biologische substanties, heeft ook glucose een evenwichtig systeem nodig, om de gezondheid optimaal te kunnen bedienen. Wanneer dit niet het geval is, vormt diabetes een beduidend gevaar op het gebied van hart- en vaatziekten2.

Arginine kan de gevoeligheid voor insuline verhogen

Een groep wetenschappers uit Italië en Engeland publiceerde kort geleden de resultaten van een onderzoek. Hierin werd aangetoond dat de gevoeligheid voor insuline wezenlijk kan worden vergroot door de neurotransmitter stikstofmonoxide. Hierbij werd de stikstofmonoxide geactiveerd door de toediening van zijn precursor arginine. Bij dit onderzoek zijn twaalf volwassen patiënten met type 2 diabetes onderzocht (acht mannen en vier vrouwen), met een gemiddelde leeftijd van 58 jaar en een voor deze patiënten typerend voedingspatroon.

In een tijdsbestek van een maand werden de patiënten bij hun gebruikelijke voedingspatroon geobserveerd. Vervolgens werden zij in twee groepen opgedeeld. De ene groep kreeg gedurende twee maanden een placebo (3 maal daags oraal). De andere groep werd gedurende een maand precies zoals de andere behandeld. In de tweede maand kreeg deze groep (natuurlijk zonder dat te weten) arginine. De insulinegevoeligheid van de patiënten werd regelmatig door een standaard insuline-infuus onderzocht, onder zorgvuldige gecontroleerde omstandigheden. Gelijktijdig werden 10 andere, gezonde personen van een identiek infuus voorzien, om verdere vergelijkingen mogelijk te maken.

Testresultaten bevestigen de positieve effecten van arginine

De belangrijkste uitkomst van dit onderzoek was een toegenomen insulinegevoeligheid van 34% door de toediening van arginine (tegenover 4% in de groep die placebo’s kreeg toegediend). Bij de argininegroep kon bovendien een duidelijke verwijding van de bloedvaten worden geconstateerd, wat tot een lagere bloeddruk en een versterkte bloedcirculatie voert. De onderzoeksresultaten wezen een significante afname van de systolische bloeddruk (de bovendruk) uit, waarbij tevens een verbeterde doorbloeding in de onderarm vastgesteld kon worden, bij de met arginine behandelde patiënten3.

Carnitine wordt ter ondersteuning bij de behandeling van diabetes aanbevolen.

In een onderzoek in 2007 werd vastgesteld dat L-carnitine als voedingssupplement, aanvullend op de normale behandeling van suikerziekte, helpt de insulineresistentie te verminderen4. Bovendien werd in 2009 vastgesteld dat carnitine als voedingssupplement de LDL-cholesterolspiegel bij diabetici kan verlagen5.

Carnitine beschermt tegen zowel hart- en vaatziekten, als oog- en nierschade

Carnitine beschermt cellen op een vergelijkbare manier als vitamine C of zink tegen oxidatieve stress. Oxidatieve stress wordt veroorzaakt door vrije radicalen (moleculen die al dan niet geladen zijn, maar een ongepaard elektron hebben). Ze ontstaan in ons lichaam bij verschillende processen, maar ook door milieuvervuiling, roken en UV-straling. Als ze niet ‘gevangen’ worden, beschadigen ze moleculen en structuren in het lichaam. Ze vormen het grootste gevaar voor de onverzadigde vetzuren in celmembranen, voor eiwitten, voor celreceptoren, en voor het zogeheten genoom (één complete set van chromosomen). Vrije radicalen zijn hiermee een van de belangrijkste veroorzakers van hart- en vaatziekten. Diabetici hebben een verhoogd risico op deze ziekten, en eveneens op nier- en oogziekten, doordat de verhoogde bloedsuikerspiegel de kleine bloedvaten vernietigd. Oxidatieve stress verergert deze beschadigingen aan de vaten. Carnitine kan vrije radicalen onschadelijk maken en hiermee het hart, de nieren en de ogen beschermen6.

Recent onderzoek wijst uit dat carnitine de plasmaconcentratie van lipoproteïne A significant vermindert

Een verhoogde concentratie van lipoproteïne A in het bloedplasma is een indicatie van het risico op een coronaire hartziekte of doorbloedingsstoornis. In het kader van een onderzoek werden 94 patiënten, bij wie kort tevoren diabetes mellitus type 2 vastgesteld was en die tegelijkertijd verhoogde bloedvetwaarden hadden, over twee groepen verdeeld. De behandeling van de diabetes bestond gedurende de zes maanden durende studie alleen uit diëten en aanpassingen in het voedingspatroon.

Terwijl personen van de ene groep dagelijks een gram carnitine in tabletvorm ontvingen, kregen patiënten uit de andere groep dagelijks een placebo. Zowel na drie als na zes maanden was bij de groep carnitine-gebruikers een duidelijke vermindering van het gehalte lipoproteïne (a) in het plasma. Hoewel dit onderzoek slechts een verkennend karakter had, duidt het reeds evident de beschermende eigenschappen van carnitine aan7.

Zink is verantwoordelijk voor een efficiënte regulatie van insuline

Het essentiële sporenelement zink is een stof met verschillende belangrijke functies in het lichaam. Zo reguleert zink de opslag, synthese en de afgifte van insuline. De gemiddelde Nederlander heeft, ondanks een evenwichtige, gezonde voeding, vaak een tekort aan zink. De aanbevolen dagelijkse hoeveelheid van 12-15 mg per dag wordt vaak niet gehaald. Diabetici lopen extra risico op een zinktekort; zij scheiden meer zink uit dan anderen en hebben daarom ook meer nodig. Zink zit in alle lichaamscellen en is een onderdeel van meer dan 200 enzymen. Dit verklaart dan ook het belang van dit sporenelement voor de koolhydratenstofwisseling en de glucosehomeostase. Zink is verantwoordelijk voor een efficiënte regulatie van insuline; voor diabetici type 2 van belangrijke betekenis.

Bij ouderdomsdiabetes kan zink voor de vermindering van de HbA1c waarde zorgen

Bij ouderdomsdiabetici kan de toediening van zink leiden tot de activering van de resterende insulineproductie. Daarnaast leidt het vaak tot een stabilisering van de bloedsuikerwaarde. Dit blijkt na de afname van de nuchtere bloedsuikerwaarde en de HbA1c waarde (hemoglobinewaarde van het type A1c)8. Verder is zink van belang bij een snelle wondheling. Daarom zou het ook moeten worden toegediend bij diabetische gangreen. In het kader van het voorkomen en behandelen van diabetes wordt een dagelijkse suppletie van 15 tot 30 mg zink aanbevolen.

Luteïne en zeaxanthine kunnen bescherming bieden tegen maculadegeneratie

De secundaire plantenstof luteïne geldt als bijzonder interessant in het kader van de bescherming van de ogen. Uit recent onderzoek in de Verenigde Staten is gebleken, dat het de symptomen van maculadegeneratie kan verminderen. Gedurende een jaar werd aan 90 patiënten 10 mg luteïne en de combinatie van luteïne met andere antioxidatieve vitaminen en mineralen toegediend. Dit werd vergeleken met een placebo. Zowel de toediening van alleen luteïne, als de gecombineerde toediening van luteïne met antioxidanten verbeterden het gezichtsvermogen, terwijl bij het placebo geen positieve resultaten werden geconstateerd. Weliswaar moeten deze resultaten nog op grotere groepen patiënten en over een langere periode worden gemeten; toch lijkt er steeds duidelijker bewijs te zijn van de positieve werking van antioxidatieve voedingsstoffen op de ogen. In het bijzonder geldt dit voor luteïne9.

Voor diabetici is het bijzonderlijk belangrijk, schadelijke belasting voor de ogen te vermijden. Daarnaast moeten de ogen van de noodzakelijke microvoedingsstoffen worden voorzien, in het bijzonder van de carotenoïden luteïne en zeaxanthine (die niet door het lichaam zelf worden gevormd).

Zij bieden een dubbele bescherming. In de eerste plaats dienen zij als „interne zonnebril” voor het gevoelige netvlies en filteren ze de schadelijke stralen. Als desalniettemin UV- of andere straling in het oog binnenkomt en er daardoor vrije radicalen worden gevormd, dan grijpt het tweede beschermingsmechanisme in: de microvoedingsstoffen dienen als ‘radicalenvanger’ doordat ze de vrije radicalen aan zich binden en daarmee onschadelijk maken10.

Bij diabetici is de dubbele beschermingsfunctie van filtering en het vermogen vrije radicalen te binden echter vrij zwak. Het risico dat het gezichtsvermogen vermindert, neemt toe. Opdat de gezondheid van de ogen beschermd en behouden blijft, zouden zij regelmatig en in voldoende mate van microvoedingsstoffen moeten worden voorzien. Wie iedere dag vijf porties groenten en fruit eet, neemt - afhankelijk van de versheid en bereidingsvorm - voldoende microvoedingsstoffen op.

Deze hoeveelheid gezonde voeding is helaas niet altijd dagelijks te realiseren. In dat geval bieden voedingssupplementen een goed alternatief. Zij voorzien in een regelmatige toevoer van de benodigde microvoedingsstoffen op een praktische manier. Luteïne en zeeaxanthine zijn natuurlijke voedingsstoffen en ongevaarlijk. Helaas is de productie ervan verhoudingsgewijs gecompliceerd waardoor supplementen met deze aminozuren duurder zijn.

Wereldwijde onderzoeken bewijzen bovendien dat het voor diabetici bijzonder belangrijk is dat glutamine en niacine in voldoende mate aanwezig zijn

Niacine reguleert de bloedsuikerspiegel. Samen met chroom is niacine (vitamine B3) bestanddeel van de glucose-tolerantiefactor (GTF), de actieve vorm die de werking van insuline in het lichaam ondersteunt. Glutamine kan in de lever in glucose worden omgezet en kan daarmee de bloedsuikerspiegel stabiliseren.

Op deze plaats willen wij nogmaals sterk benadrukken, dat alle besproken (micro-) voedingsstoffen géén antidiabetica zijn. Zij kunnen de medicinale behandeling van diabetes dan ook niet vervangen. Diabetici kunnen deze voedingsbestanddelen echter gebruiken als aanvulling op hun gebruikelijke medicatie, om hun gezondheid daarmee positief beïnvloeden.

Bronnen

1 Rudman, D., Feller, A.G., Cohn, L., Shetty, K.R., Rudman, I.W. & Draper, M.W. (1991) Effects of human growth hormone on body composition Hormone research, Volume 36 supplement 1, (pp. 73-81)

2 Williams, J.Z., Abumrad, N. & Barbul, A. (2002) Effect of a Specialized Amino Acid Mixture on Human Collagen Deposition Annals of Surgery, Volume 236, issue 3, (pp. 369 – 375)

3 Merimee, T.J., Lillicrap, D.A. & Rabinowitz, D. (1965) Effect of arginine on serum-levels of human growth-hormone Lancet, Volume 2, issue 7414, (pp. 668-670)

4 Welbourne, T.C. (1995) Increased plasma bicarbonate and growth hormone after an oral glutamine load The American Journal Of Clinical Nutrition, Volume 61, issue 5, (pp. 1058-1061)

5 Kasai, K., Kobayashi, M. & Shimoda, S.I. (1978) Stimulatory effect of glycine on human growth hormone secretion Metabolism, Clinical and Experimental, Volume 27, issue 2, (pp. 201-208)

6 Evangeliou, A. & Vlassopoulos, D. (2003) Carnitine Metabolism and Deficit – When Supplementation is Necessary? Current Pharmaceutical Biotechnology (pp. 211-219)

7 Müller, D.M., Seim, H., Kiess, W., Löster, H. & Richter, T. (2002) Effects of Oral l-Carnitine Supplementation on In Vivo Long-Chain Fatty Acid Oxidation in Healthy Adults Metabolism, Vol. 51, issue 11, (pp. 1389-1391)

8 Wutzke, K.D. & Lorenz, H. (2004) The Effect of l-Carnitine on Fat Oxidation, Protein Turnover, and Body Composition in Slightly Overweight Subjects Metabolism, Vol. 53, issue 8, (pp. 1002-1006)

9 Reda, E., D'Iddio, S., Nicolai, R., Benatti, P. & Calvani, M. (2003) The Carnitine System and Body Composition Acta Diabetol, issue 40, (pp. 106-113)

10 Luppa, D. (2004) Beteiligung von L-Carnitin an der Regulation des Fett- und Kohlenhydratstoffwechsels Klinische Sportmedizin /Clinical Sports Medicine, Volume 5, issue 1, (pp. 25-34)

11 Prada, P.O., Hirabara, S.M., de Souza, C.T., Schenka, A.A., Zecchin,H.G., Vassallo, J., Velloso, L.A., Carneiro, E., Carvalheira, J.B., Curi, R. & Saad, M.J. (2007) L-glutamine supplementation induces insulin resistance in adipose tissue and improves insulin signalling in liver and muscle with diet-induced obesity Diabetologia, Volume 50, issue 9, (pp. 149-159)

12 Bowtell, J.L., Gelly, K., Jackman, M.L., Patel, A., Simeoni, M. & Rennie, M.J. (1999) Effect of oral glutamine on whole body carbohydrate storage during recovery from exhaustive exercise Journal Of Applied Physiology, Volume 86, issue 6, (pp. 1770-1777)

De nieuwste inzichten tonen aan dat naast bepaalde aminozuren ook kaneelextract bij type 2 diabetici de bloedsuikerspiegel kan doen verlagen. Het voordeel van “insuline glargine” (een combinatie van de aminozuren glycine en arginine), is dat het gedurende 24 uur zorgt voor een gelijkmatige insulinespiegel. Nachtelijke hypoglykemie ´ën zijn daarom sterk verminderd door een vlak insulineprofiel zonder piek. Het zogeheten Dawn fenomeen - de typische stijging van de bloedglucosewaarden in de ochtenduren - wordt nauwelijks meer waargenomen. Carnitine beschermt de cellen op een vergelijkbare manier als vitamine C of zink tegen oxidatieve stress.